TNO brengt massaproductie 3d-printen stap dichterbij

TNO brengt massaproductie 3d-printen stap dichterbij

TNO brengt massaproductie 3d-printen stap dichterbij
Met een nieuw ontworpen productielijn wil TNO massaproductie met 3d-printen een stap dichterbij brengen. Het Hyproline-platform kan tot honderd verschillende geprinte metaalonderdelen nabewerken en bovendien wasonderdelen printen. Uiteindelijk wil TNO de lijn ook geschikt maken om metaalonderdelen zelf te kunnen printen. ‘De onderdelen zijn niet afhankelijk van elkaars productietijd. Dit maakt dat wij een snelle productielijn hebben voor 3d-printen, waardoor de productkosten ook lager zullen uitvallen’, aldus projectmanager ir. Frits Feenstra.’

Het platform is een carrousel, een ronddraaiende band met daarop plek voor honderd pallets. Deze fungeren als basis voor de houders van de geprinte metaalonderdelen. Een robot pakt en plaatst de pallets terwijl de carrousel door blijft draaien. Omdat voor ieder type onderdeel een andere houder nodig is, is er een 3d-wasprinter in de lijn opgenomen die de houders print. Met 1,5 m/s razen de houders met daarop de printonderdelen langs verschillende modules, zoals een lasersysteem dat de producten polijst.

Een laserscanner bewaakt de kwaliteit, door een puntenwolk van enkele honderdduizenden puntjes op te meten en daarmee te berekenen of het printonderdeel al de juiste vorm heeft. Hiervoor wordt de data vergeleken met het CAD-model van het product. Is de kwaliteit niet goed, dan maakt het onderdeel nog een rondje. ‘Zo printen en laseren we on the fly’, legt Feenstra uit.

Materialen die de Hyproline momenteel kan nabewerken zijn titanium en roestvast staal. Feenstra: ‘Koper onderzoeken we nog. We zien bij koper vooral uitdagingen met betrekking tot de laserbewerking, omdat koper een grote geleidbaarheid heeft. Thermisch nabewerken met een laser is bijvoorbeeld heel lastig, omdat de warmte snel weglekt bij goed geleidend materiaal.’

Het Hyproline-project is recentelijk afgerond en bevindt zich nu in een commercialiseringsfase. De machine is dus nog niet geschikt voor het printen van metalen onderdelen, alleen nog voor nabewerking. ‘We printen momenteel alleen de kunststof houders, maar ook kleine 3d-geprinte wasproducten’, aldus Feenstra. ‘Wel zijn we bezig met een ander project waarbij we poederbedden ter grootte van een schoenzool rondsturen in een lijn met daarin een 3d-printer. Dat is de volgende stap, echt alles 3d-printen en nabewerken in één continu doorlopend systeem.’

(Bron: technischweekblad.nl)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *